Hoe werkt het?
Bij een mallet vinger is de strekpees losgeraakt van je laatste vingerkootje. Zo'n pees groeit alleen weer vast wanneer de losse uiteinden rustig tegen elkaar aan liggen. Elke keer dat het gewricht buigt, trekken ze weer uit elkaar.
De spalk doet precies één ding, en doet dat consequent: hij houdt het laatste vingergewricht — het DIP-gewricht, vlak achter de nagel — in strekstand. De rest van je vinger en je hand blijven vrij, zodat je hand niet stijf wordt en je gewoon door kunt met je dagelijkse bezigheden.
De spalk wordt op maat gemaakt
We maken de spalk in onze praktijk zelf, van lichtgewicht thermoplastisch materiaal, precies passend om jouw vingertop. Dat duurt ongeveer 15 minuten.
Een goede pasvorm is bij een mallet vinger extra belangrijk:
- Te los, en de vingertop zakt binnen de spalk toch nog uit.
- Te strak, en er ontstaan drukplekken op een huid die je weken achtereen niet kunt luchten.
- De stand moet recht zijn — niet doorgedrukt naar achteren, want dat knijpt de bloedvoorziening van de huid boven het gewricht af.
Tijdens controleafspraken beoordelen we de stand, controleren we de huid en passen we de spalk zo nodig aan. De zwelling neemt in de eerste weken af, waardoor een spalk die eerst goed zat later te ruim kan worden.
Hoe lang draag je de spalk?
Reken op 6 tot 8 weken onafgebroken dragen, dag en nacht. Daarna volgt een afbouwperiode van enkele weken: je laat de spalk overdag steeds vaker weg, terwijl je hem 's nachts en bij risicovolle activiteiten nog draagt.
Dit is het lastigste deel van de behandeling, en tegelijk het deel dat het resultaat bepaalt. Buigt het gewricht tussendoor een keer — bij het wassen, het aankleden of het verwisselen van de spalk — dan begint de hersteltijd van voren af aan.
Daarom besteden we tijdens je eerste afspraak ruim aandacht aan de verwisseltechniek: hoe je de spalk afneemt en terugplaatst terwijl je vingertop plat op tafel blijft liggen. Dat moet je even oefenen, maar daarna gaat het vanzelf.
Wat doe je naast de spalk?
Tijdens de spalkperiode:
- Beweeg de rest van je vinger normaal. Het middelste en onderste gewricht mogen en moeten gewoon buigen — dat houdt je hand soepel.
- Verzorg de huid onder de spalk volgens de instructies die je meekrijgt.
- Vermijd activiteiten waarbij de vinger een klap kan krijgen of de spalk kan verschuiven.
Na de spalkperiode:
- Rustige buigoefeningen om de beweeglijkheid van het vingertopgewricht weer op te bouwen. Rustig is hier het sleutelwoord: forceren kan de pas herstelde pees weer oprekken.
- Geleidelijke opbouw van belasting, werk en sport.
Wat zijn de slagingskansen?
De meeste mallet vingers herstellen goed met alleen een spalk, mits die goed past en consequent gedragen wordt. Een kleine strekbeperking van enkele graden blijft regelmatig bestaan — in het dagelijks gebruik merken de meeste mensen daar weinig van.
Belangrijk: hoe eerder je begint, hoe groter de kans op volledig herstel. Is je letsel al enkele weken oud, dan is een spalk vaak nog steeds zinvol. Kom in dat geval dus alsnog langs, in plaats van het erbij te laten zitten.