1. Onderzoek en uitleg
We beginnen met een onderzoek van je vinger. Hoever kun je de vingertop nog actief strekken? Kan hij passief wel recht? Is er zwelling of een bloeduitstorting? En wanneer en hoe is het letsel precies ontstaan?
Ook kijken we of een röntgenfoto nodig is. Die laat zien of alleen de pees is losgescheurd of dat er een stukje bot is meegetrokken — en of het laatste kootje nog goed in het gewricht staat. Is er nog geen foto gemaakt, dan overleggen we daarover met je huisarts.
Daarna leggen we uit wat er in je vinger gebeurd is en wat dat voor de komende weken betekent. Die uitleg is geen bijzaak: wie begrijpt waarom het gewricht recht moet blijven, houdt het schema veel makkelijker vol.
2. Spalk
De spalk is bij een mallet vinger de behandeling. We maken hem in de praktijk zelf, van lichtgewicht thermoplastisch materiaal, precies passend om jouw vingertop. Meestal kan dat al tijdens je eerste afspraak.
De spalk houdt alleen het laatste vingergewricht recht. De rest van je vinger en je hand blijven vrij, zodat je hand niet stijf wordt en je gewoon door kunt met je dagelijkse bezigheden.
Je draagt de spalk in de regel 6 tot 8 weken onafgebroken, dag en nacht. Voordat je de deur uit gaat, oefenen we samen de verwisseltechniek: hoe je de spalk afneemt en terugplaatst terwijl je vingertop plat op tafel blijft liggen. Buigt het gewricht tussendoor toch een keer, dan begint de hersteltijd namelijk opnieuw.
3. Controle en afbouw
Tijdens controleafspraken beoordelen we de stand van de vinger, controleren we de huid onder de spalk en passen we de spalk aan wanneer de zwelling afneemt. Een spalk die in week één perfect zat, kan in week drie te ruim zijn geworden.
Zodra de pees voldoende hersteld is, bouwen we de spalk in enkele weken af: eerst laat je hem overdag weg, daarna ook 's nachts. Met rustige oefeningen breng je de buiging weer op gang — voorzichtig, want een pas herstelde pees is nog kwetsbaar.
Wat als dit niet voldoende is?
Verreweg de meeste mallet vingers herstellen goed met een spalk. Blijft er een storende standsafwijking bestaan, of is er sprake van een groot losgeraakt botfragment of een open wond, dan verwijzen we gericht door naar een handchirurg met wie we samenwerken. Ook daarna blijven we je begeleiden in het herstel.
Een kleine strekbeperking van enkele graden blijft overigens regelmatig bestaan, ook na een goed verlopen behandeling. Functioneel merken de meeste mensen daar in het dagelijks gebruik weinig van.